
Iedereen weet dat bewegen heel belangrijk is. Niet alleen omdat kinderen daar veel plezier in hebben, maar het heeft ook een grote invloed op zijn of haar totale ontwikkeling. Baby's bewegen heel veel, waardoor ze leren om bewegingen onder de knie te krijgen. Met beweegliedjes leren kinderen ook begrippen als onder, boven, over, achter, links en rechts alleen door dit ook zelf te doen.

Als je regelmatig liedjes laat horen aan je kinderen, zie je dat ze er uit zichzelf al iets mee doen, zet de muziek maar op en de meeste kinderen gaan op hun manier hierop bewegen. Het eerste levensjaar van een kind is het meest leerzame jaar, alles wat je in dat jaar leert, is dus de basis voor alles dat je nog gaat leren in het leven. Het ritmegevoel wordt pas ontwikkeld tussen de 4 en 6 jaar. Kleine kinderen begrijpen de tekst misschien niet zo goed, maar door het luisteren naar de teksten wordt hun taalontwikkeling wel bevorderd.
Zing niet teveel verschillende liedjes achter elkaar. Anders krijgen de kinderen geen tijd om een liedje te herkennen. En herhalen is heel belangrijk. Probeer niet te laag en zo ritmisch mogelijk te zingen. Als je samen met de kinderen gaat zingen en bewegen, geef ze dan de gelegenheid om mee te doen en te zingen. Denk daarbij aan klappen met de handen, en klappen op de knieën. Als dat goed gaat kan je het uitbreiden met lopen en dansen.
Daarna kan je gaan beginnen met instrumenten.
Bespeel zelf de instrumenten om te laten zien hoe het moet, en probeer dat zo ritmisch mogelijk te doen.
Je kunt regelmatig wisselen van instrument, de kinderen zullen het leuk vinden om verschillende ritmes en klanken te horen.
Daarna kunnen de kinderen het zelf gaan proberen, en al gauw geluid kunnen maken op een instrument.
Het is ook heel leuk om zelf met de kinderen simpele instrumenten te maken, en als er geen instrumenten zijn, kan je ook de tafel als trommel gebruiken.

Eén van de eerste liedjes die je een kind kan leren is "poesje miauw", als je dit vaak zingt zal hij of zij al snel het laatste woord van elke regel meezingen.
Poesje miauw
Poesje miauw, kom eens gauw,
Ik heb lekkere melk voor jouw.
En voor mij, rijstebrij
Oh, wat heerlijk smullen wij.
Hondje waf
Hondje waf, waf, waf, waf.
Blijf van mijn lekkere melkje af.
Aardig dier, kom eens hier
Geef mij een pootje van plezier.

"Klap eens in je handjes" of "draai het wieletje nog eens rond" is ook een liedje wat kinderen al gauw mee kunnen doen.
Klap eens in je handjes,
blij, blij, blij. (handjes klappen)
Op je boze bolletje,
allebei. (handjes op het hoofdje zetten)
Zo varen de scheepjes voorbij, (hoofd heen en weer bewegen, van links naar rechts)
zo varen de scheepjes voorbij.

Draai het wieletje nog eens rond, (handjes rond draaien)
Klap eens in je handjes, (handen klappen)
Zet de handjes in je zij, (handjes in de zij)
Op je bolletje allebei. (handjes op het hoofdje)
Zo varen de scheepjes voorbij, (hoofd heen en weer bewegen, van links naar rechts)
Zo varen de scheepjes voorbij.
Hier nog een paar liedjes die leuk zijn om met de kinderen te zingen en uit te beelden.
In de maneschijn
In de maneschijn, in de maneschijn, (maak een grote ronde beweging met je handen)
Klom ik op het trapje naar het raamkozijn, (met de vingers een trapje op lopen in de lucht)
Maar je waagt het niet, maar je waagt het niet. (met je wijsvinger heen en weer zwaaien)
Zo doet een vogel, (vliegen met de armen)
en zo doet een vis, (met de handen tegen elkaar een visbeweging maken)
Zo doet een duizendpoot, die schoenenpoetser is. (met je ene hand de andere hand boenen)
En dat is 1, (1 vinger opsteken)
En dat is 2, (2 vingers opsteken)
En dat is dikke dikke dikke Tante Kee, (dikke buik nadoen)
En dat is recht, (de armen recht naar voren strekken)
En dat is krom, (de armen buigen)
En dan draaien we het wielletje nog eens om, (de armen om elkaar heen draaien)
rom bom ! (2 keer op de maat in de handen klappen)

Hoofd, schouders, knie en teen
(Raak de genoemde lichaamsdelen aan, en bij het aanraken van de neus, draai je tegelijkertijd een rondje.)
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen
Oren, ogen, puntje van je neus
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen
Twee handjes op de tafel
(Een leuk spelletje om aan tafel te spelen. De tekst van het versje spreekt voor zich.)
Twee handjes op de tafel
Twee handjes in de zij
Twee handjes op de schoudertjes
Op het hoofdje allebei
Nu maken we twee vuistjes
Zo stevig als het maar kan
Daar gaan we nu mee trommelen
Van je rommeldebommeldebom
De duimpjes zijn de dikste
De pinkjes zijn maar klein
Nu moeten alle handjes
Weer vlug op je ruggetje zijn
Jan huigen in de ton
(Houd de handen van het kindje vast. Je zingt het liedje en draait een rondje. Op "de ton die viel in duigen" val je allebei op de grond.)
Jan huigen in de ton
Met een hoepeltje erom
Jan huigen, jan huigen
En de ton die viel in duigen
Wie niet lopen wil
(Tijdens het zingen van het liedje loop je hand in hand door de kamer. Op "sta stil" sta je onmiddellijk stil. Dit kan je herhalen tot het niet meer leuk is)
Wie niet lopen wil
Wie niet lopen wil
Sta stil
Wie niet lopen wil
Wie niet lopen wil
Sta stil
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Hij zegt dat ik niet dansen kan
Maar ik kan dansen als een edelman
En dat is 1 (één been naar voren)
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Hij zegt dat ik niet dansen kan
Maar ik kan dansen als een edelman
En dat is 1, en dat is 2 (andere been naar voren)
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Hij zegt dat ik niet dansen kan
Maar ik kan dansen als een edelman
En dat is 1, en dat is 2, en dat is 3 (op één knie gaan zitten)
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Hij zegt dat ik niet dansen kan
Maar ik kan dansen als een edelman
En dat is 1, en dat is 2, en dat is 3, en dat is 4 (andere knie erbij)
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Hij zegt dat ik niet dansen kan
Maar ik kan dansen als een edelman
En dat is 1, en dat is 2, en dat is 3, en dat is 4, en dat is 5 (op één elleboog leunen)
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Hij zegt dat ik niet dansen kan
Maar ik kan dansen als een edelman
En dat is 1, en dat is 2, en dat is 3, en dat is 4, en dat is 5, en dat is 6 (op andere elleboog leunen)
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Hij zegt dat ik niet dansen kan
Maar ik kan dansen als een edelman
En dat is 1, en dat is 2, en dat is 3, en dat is 4, en dat is 5, en dat is 6, en dat is 7 (helemaal in elkaar gedoken op de grond met je hoofd tussen je armen)
En dat is 1, en dat is 2, en dat is 3, en dat is 4, en dat is 5, en dat is 6, en dat is zéeeeeeven
Er zat een klein zigeunermeisje
(De kinderen gaan in een kring staan, en één kind gaat in het midden op de grond zitten. Dan zing je het liedje en loopt om het kind heen. Bij "sta op" staat het kind op en droogt zijn traantjes af. Hij kiest iemand uit en samen dansen ze het liedje uit.)
Er zat een klein zigeunermeisje
Huilend op een steen
Huilend, huilend, helemaal alleen
Sta op, meisje lief en droog je traantjes af
En kies een kindje uit de kring
Die met jou dansen mag
La la la la la la la la la la la la
Ik stond laatst voor een poppenkraam
(Zing samen het liedje. Bij "O,O,O" schud je je hoofd. Bij "zo,zo,zo" laat je de lengte van de poppen zien. Eerst laag, dan iets hoger en het hoogst. Op "ze deden allemaal zo" bedenk je een beweging die de poppen maken. De kinderen moeten jouw nadoen.)
Je kan bijvoorbeeld: springen, hinkelen, zwaaien, hurken, rondje draaien, klappen.
Ik stond laatst voor een poppenkraam
O, O, O
Daar zag ik zoveel poppen staan
Zo, zo, zo
De poppenkoopman ging op reis
De poppen raakten van de wijs
Ze deden allemaal zo
Ze deden allemaal zo
Ze deden allemaal zo
Het is ook leuk om woorden uit een liedje weg te halen.
Bijvoorbeeld het liedje "Klein lief konijntje" is daar geschikt voor.
Als je zingt "Lief klein konijntje had een vliegje op zijn neus", spreek je het woord "neus" niet uit, maar wijs je alleen de neus aan.
Als je het liedje voor de tweede keer zingt, spreek je het woord "vliegje" niet uit, maar doe je de beweging van een vlieg na en wijs je de neus aan zoals de eerste keer.
Lief klein konijntje had een vliegje op zijn neus
Lief klein konijntje had een vliegje op zijn neus
Lief klein konijntje had een vliegje op zijn neus
En het zoemde heen en weer
Oh lief klein konijntje
Oh lief klein konijntje
Oh lief klein konijntje
Had een vliegje op zijn neus
De zeppelin
We voeren met een zucht (slaak een diepe zucht)
Al boven in de lucht (wijzen naar de lucht)
We zaten zo gezellig in een schuitje (wiegen met je armen)
En niemand kon ons zien (hand voor je ogen, alsof je in de zon kijkt)
En we hadden pret voor tien (tien vingers laten zien)
Leve de Zeppelin! (draaien met je wijsvinger)
(Eerst alleen het lied zingen, daarna het lied herhalen en het laatste woord van de eerste regel weglaten. Daarvoor in de plaats een gebaar. Vervolgens weer herhalen en ook het laatste woord van de tweede regel weglaten en vervangen door een gebaar, etc.)
Deze vuist
(Elke keer als het woord "vuist" word gezongen, mag iemand zijn vuist bovenop die van een ander plaatsen, zodat het een hoge toren word)
Deze vuist op deze vuist,
deze vuist op deze vuist,
deze vuist op deze vuist
en zo klim ik naar boven.
Naar bed, naar bed, zei Duimelot
(Maak eerst een vuist van je hand)
Naar bed, naar bed, zei Duimelot; (haal de duim tevoorschijn)
Eerst nog wat eten, zei Likkepot; (haal je wijsvinger tevoorschijn)
Waar zal ik het halen? vroeg Lange Jan; (haal je middelvinger tevoorschijn)
Uit Grootvaders kastje, zei Ringeling; (haal je ringvinger tevoorschijn)
Dat zal ik verklappen, zei 't kleine ding. (haal je pink tevoorschijn)
Naar pagina 2 . Terug . Home